Het Nationaal Videogame Museum overtreft alle verwachtingen
Het Nationaal Videogame Museum in Zoetermeer is verhuisd en flink uitgebreid. Na een eerste kennismaking in 2019 bezoeken we nu de vernieuwde locatie. Met vier verdiepingen vol arcadekasten en toffe themakamers worden onze hoge verwachtingen waargemaakt.

Met een naam als het Nationaal Videogame Museum verwacht ik veel van de verkapte arcadehal in Zoetermeer. Toen ik in 2019 de oprichter Hasan ontmoette en een korte introductie van de plek kreeg, raakte ik meteen enthousiast. De toenmalige locatie was ingedeeld in twee delen: een museum dat vol stond met historische hardware en een grote arcadehal. Hasan had op dat moment net plannen voor een grotere locatie, waar hij vol passie over vertelde. Inmiddels is de verhuizing geweest en is het tijd voor een nieuw bezoek.
De weg naar de huidige locatie begon in 2008 in een Haagse garagebox, waar Hasan en zijn vriend Pascal een aantal arcadekasten plaatsten (een opzet die doet denken aan de Gameloods in Almere). De ruimte werd al snel te klein, waardoor ze moesten verhuizen. Verschillende omstandigheden dwongen hen nog een paar keer te verhuizen, totdat ze een ruimte in Zoetermeer huurden. Het aantal mensen én arcadekasten groeide ondertussen gestaag door, waardoor er een echte ontmoetingsplek ontstond.

Rome is niet in één dag gebouwd
Het concept leek echter aan zijn eigen succes ten onder te gaan. De mensen hadden naast hun werk en privéleven niet genoeg tijd om aan de locatie te besteden, terwijl de populariteit alleen maar bleef stijgen. Hasan besloot het idee naar een hoger niveau te tillen en maakte er zijn werk van. Door een beperkt budget verhuisde hij echter nog een paar keer, terwijl de collectie maar bleef groeien. Uiteindelijk ging Hasan in 2016 in gesprek met de gemeente Zoetermeer en ontstond er het jaar erop een samenwerking. Het Nationaal Videogame Museum was geboren.
Die vroege iteratie van Hasans bedrijf bezocht ik in het vorige decennium. Het concept viel goed in de smaak en de verhuisplannen maakten me dan ook nieuwsgierig. Een grotere ruimte, meer kasten en een vernieuwde insteek voor het museum; de toekomst zag er rooskleurig uit, maar liet nog even op zich wachten. Die tijd is inmiddels gekomen en de nieuwe locatie blijkt veel bezoekers te trekken. Maar bijvoorbeeld de Gamestate doet dat ook en daar ben ik toch minder enthousiast over. Gelukkig overtreft het Nationaal Videogame Museum mijn hoge verwachting tijdens ons bezoek.

Tijd voor verrassingen
Bij binnenkomst valt de verandering ten opzichte van mijn eerste bezoek meteen op. In plaats van twee aparte onderdelen zijn het museum en de arcadehal tegenwoordig gemengd. Her en der vind je op de muur interessante feitjes over de gamegeschiedenis, die je tussen het spelen op de kasten door leest. Helemaal tof is de toevoeging van themakamers, waar je specifieke consoles tegenkomt. In de Nintendo-kamer speel je bijvoorbeeld op een SNES of Nintendo 64, compleet omringd door allerlei bekende en minder bekende accessoires. De balans tussen plezier, educatie en expositie is hierdoor perfect.
We spelen op een aantal toffe kasten, zoals Gun Bullet X (dat wij kennen als Point Blank), Dark Escape 3D (dit had een kwalitatieve Resident Evil-kast kunnen zijn) en de klassieke Donkey Kong. Op het moment dat we dorst krijgen, ontdekken we dat er meerdere verdiepingen zijn. Blij verrast, aangezien de begane grond het bezoek al waard is, begeven we ons naar het trappenhuis. Daar zien we dat het Nationaal Videogame Museum bestaat uit vier verdiepingen, elk met een eigen thema. Je begint op level nul, de Historische tijdlijn, waar vooral het verloop van tijd centraal staat. Op level één, de Barcade, vind je een horecagelegenheid met een Pac-Man-expositie en ruimte voor feestjes.

Een mengelmoes
Na een verfrissende versnapering stappen we level drie binnen: de Game Arena. Daar treffen we een aantal muzikale kasten aan, zoals Guitar Hero en Taiko no Tatsujin. Al snel blijkt deze verdieping een verzameling van verschillende disciplines te zijn. In de volgende kamer staan namelijk wat edutainmentspellen, waar vooral beweging centraal staat. Nog een kamer verderop vinden we pc’s waar je Fortnite kunt spelen, evenals een mooie collectie aan ritme- en behendigheidspellen. We spelen Puyo Puyo Fever, een Tetris-game met gigantische joysticks en de arcadeversie van Rhythm Paradise.
De geluidsmix in de kamer met muzikale spellen is nog net acceptabel, maar bij de Rhythm Paradise-kast levert het omgevingsgeluid echt een probleem op. Je moet namelijk de juiste knoppen strak op de maat indrukken. Bij sommige levels lees je dit prima af aan de animatie, maar vaak moet je puur op het ritme kunnen afgaan. Doordat er veel kabaal in de ruimte is, kun je het geluid van de kast nauwelijks horen. Diens aanwezigheid is een groot pluspunt, maar de locatie is wat dat betreft behoorlijk onhandig. Dat is jammer, maar het is ook meteen één van de weinige minpunten van het Nationaal Videogame Museum.

Je zintuigen worden geprikkeld
We bezoeken nog één laatste verdieping: level min-één, oftewel de Japanse wereld. In de eerste ruimte van de kelder overdonderen licht en geluid ons direct. Dansspellen, over-de-top-ritmegames en racespellen vullen de kamer en je weet zowat niet waar je moet kijken. Eerlijk is eerlijk: bij de gedachte aan Japan komen die extreme kasten wel naar boven. De ruimte ernaast is gelukkig een stuk rustiger, ondanks dat het vol staat met allerlei vechtgames.
Hasan benut overduidelijk elke vierkante meter van het Nationaal Videogame Museum. In een hoek van de kelder komen we een miniexpositie van allerlei interessante spellen en accessoires tegen en in een soort bezemkast staat een Crazy Taxi-kast verstopt. Maar de meest interessante ontdekking is nog wel Densha de Go! De kast is zo groot dat die meteen het kleine kamertje vult waar die staat, waarbij je in de cabine van een trein kunt plaatsnemen. Drie schermen tonen ondertussen een vrij realistische wereld; alsof je de trein echt bestuurt. Het uitgebreide bedieningspaneel vergroot die immersie alleen maar verder: je moet gas geven, tijdig remmen, de lampen aan of uit doen, toeteren — het is echt fantastisch. De combinatie tussen realisme, uniekheid en een toffe besturing zorgt voor een geweldige ervaring.

Het Nationaal Videogame Museum bezoeken?
Die kast blijkt een flinke kers op een gigantische slagroomtaart. Want vanaf het eerste moment dat je hier binnenstapt, weet je het zeker: dit gaat een toffe ervaring opleveren. De combinatie van leuke en unieke kasten, leerstof en de exposities hebben we nog niet eerder gezien. Na de ontdekking van de andere verdiepingen versterkt dat gevoel zich alleen maar. Je vindt er ruim tweehonderd kasten, verdeeld in leuke categorieën, en de locatie organiseert regelmatig speciale evenementen, zoals educatieprogramma’s voor scholen. Hasan heeft er iets heel moois van gemaakt en het schijnt dat hij nog veel meer plannen voor in de toekomst heeft.
Wil je het Nationaal Videogame Museum bezoeken? Dan zijn er verschillende tickets te koop. Aan de kassa kun je voor een of twee uur toegang kopen, terwijl je via de website drie uur of een volle dag (acht uur) reserveert. Het mooie daarbij is dat je alleen voor de toegang betaalt en alle kasten vervolgens gratis zijn. De enige kosten daarnaast zijn eventueel voor de horeca of het winkeltje bij de uitgang. Dat maakt het Nationaal Videogame Museum niet alleen erg tof, maar ook zeer betaalbaar. De vorige opzet was al erg goed, maar in de huidige vorm kan ik niet anders dan iedereen aanbevelen hier een bezoek aan te brengen. Misschien wel twee.
Voor meer verslagen kun je terecht in ons overzicht. Ook hebben we flink wat reviews klaarstaan, van allerlei hardwareproducten en natuurlijk een aantal games die je gewoon thuis speelt. Daarnaast kun je je aanmelden voor de Discord-server van RetroReady.