Superstation One zet je aan het werk voor het beste resultaat
De Superstation One is een zogenaamde fpga-console, waarmee je games op hardwareniveau emuleert, in dit geval tot en met de Nintendo 64. Dit is één van de goedkoopste manieren om aan zo’n opensourcemachine te komen — maar hoe toegankelijk is die?

Wanneer je eenmaal op de bank zit met je favoriete controller in je hand en je de games ervaart van vroeger, dan weet je dat het de worsteling waard is. Maar om op dat punt te komen met de Superstation One, een betaalbare fpga-console, moet je door heel wat hoepels springen. Dit is een project waar je zin in moet hebben – en als je eenmaal in dat konijnenhol zit, dan kom je er al snel achter dat je er meer mee kunt dan je wellicht dacht. Handheldspellen, consolegames en zelfs lightgunervaringen werken hier allemaal perfect op.
Voordat je echter aan de slag kunt gaan moet je als beginneling een hoop leren. De Superstation One maakt gebruik van fpga-technologie en draait op MiSTer. De afkorting fpga staat voor field-programmable gate array: dit kun je zien als een soort toverchip die consoles en handhelds op hardwareniveau emuleert. Bij normale emulatie, zoals op retrohandhelds, probeert software de originele hardware na te bootsen. Dat kan een hoop fouten en oneffenheden opleveren, zoals met input lag en audio, die je bij fpga niet tegenkomt.

Niet te onderscheiden
Dat komt doordat je een fpga-chip fysiek kunt herprogrammeren. Voor deze recensie ga ik daar niet al te diep op in, maar het houdt in dat die dan de originele hardware wordt, als het ware. De poorten op de chip configureren zichzelf om exact hetzelfde te werken als bijvoorbeeld een NES, Mega Drive, Playstation 1 of Nintendo 64. De voordelen hiervan zijn groot. Geen vertraging tijdens de bediening (de zogenaamde input lag), perfecte audio en een extreem nauwkeurige weergave die niet te onderscheiden is van het origineel.
Dan komen we aan bij MiSTer. Dit is een communityproject dat gebruikmaakt van fpga-technologie. Het is gebaseerd op een specifiek bord, namelijk de Terasic DE10-Nano. In de kern komt de opzet hierop neer: vrijwilligers schrijven cores (die je kunt zien als digitale blauwdrukken) voor oude consoles, arcadekasten, handhelds en computers, die “denken” als de originele hardware. Inmiddels zijn bijna alle systemen tot en met de PlayStation 1, Sega Saturn en Nintendo 64 beschikbaar op dit platform.


De Superstation One
Wat betekent dit allemaal voor de Superstation One, het onderwerp van deze recensie? Hier komen de technologieën samen tot een betaalbare spelcomputer die je onder de tv in de woonkamer kunt zetten. En dat is redelijk uniek: je kunt zo’n fpga-machine helemaal zelf opzetten met zelf gekochte hardware die je vervolgens ook zelf in elkaar zet, maar dat kan best wat geld en tijd kosten. Als je dan wat minder technisch onderlegd bent, dan blijft zulke techniek buiten handbereik en dat is eigenlijk best zonde.
De Superstation One maakt fpga-technologie toegankelijk voor een groter publiek. In elk geval als het om de hardware gaat. Want dit is een soort alles-in-één-machine waar je niets aan hoeft te veranderen en die je na het installeren direct kunt gebruiken. Je sluit de hdmi- en stroomkabels aan en kunt direct aan de slag (bijvoorbeeld met een handjevol meegeleverde opensource- en gratis spellen). De console kost zo’n 230 dollar (nu pakweg 200 euro), inclusief verzendkosten en belasting (die je vooraf betaalt). Dat is best prijzig.


Belangrijkste specificaties
Wat de Superstation One zo tof maakt, is dat je er alle kanten mee op kunt. Het apparaat, dat gemaakt is door Retro Remake onder leiding van Taki Udon, ondersteunt zowel moderne als ouderwetse televisieschermen. Zo heeft het een hdmi-poort die resoluties aankan tot 1536p of 1440p, voor haarscherpe beeldkwaliteit. Daarnaast is er ruimte voor analoge poorten, zoals vga, component, composiet (rca of tulpstekers) en s-video. Ook biedt die een audiojack aan, evenals een Toslink-aansluiting voor optische audio.
Ook kom je hier drie usb-a-poorten op tegen, voor het aansluiten van toetsenborden, moderne controllers, lightguns en andere accessoires. De micro-sd-kaartsleuf is bedoeld voor een sd-kaartje waar onder meer het besturingssysteem op staat; je kunt hier ook zelf wat back-ups van je gamecollectie op parkeren. Verder kom je een ethernetpoort tegen, voor bedraad internet, een usb-c-aansluiting, voor de voeding, een nfc-lezer, die werkt met Zaparoo, en een expansieslot, voor de Superdock (verderop lees je hier meer over).


De fpga-machine voor PlayStation 1
Udon zet de Superstation One voornamelijk in de markt als een Playstation 1-spelcomputer die werkt op basis van fpga. Dat merk je aan alles: het ontwerp is meer dan een dikke knipoog naar de PSone (een compacte versie van de PS1), de doos lijkt sprekend op wat Sony destijds aanbood en voorop tref je niet alleen twee PS1-controllerpoorten, maar ook twee openingen voor originele geheugenkaarten aan. Mocht je die accessoires nog van vroeger hebben, dan kun je daar perfect gebruik van maken in combinatie met de One.
Het is zelfs mogelijk originele PS1-games op de Superstation One af te spelen; en ja, dan doel ik op de discs. Je hebt hier echter die Superdock voor nodig. Dit is een optionele accessoire van nog eens 50 dollar, of net geen 44 euro. Dit is een dvd rw-station, dat ruimte biedt aan een NVMe m.2 2280-sleuf (voor extra opslag op een ssd), meer usb-poorten en wat extra mogelijkheden. Hier kun je je Playstation 1-cd’s in stoppen – maar hoe dat werkt, weet ik nog niet. De accessoire heb ik op moment van schrijven niet binnen.


Ruime keuze uit controllers
Qua hardware heb ik echt niets te klagen. Ik waardeer het ontwerp, zeker als iemand die vroeger Crash Bandicoot 2, Spyro the Dragon en Tekken 3 grijs speelde. Ik vind het supertof dat je hier die ouderwetse PS1-accessoires op kunt gebruiken en ik vind het vet dat de hardware me in staat stelt bijna veertig jaar aan gamegeschiedenis te kunnen beleven op één simpele spelcomputer. Daarnaast ga ik er goed op dat vrijwel elke usb- en bluetooth-controller hiermee werkt (en is het ons zelfs gelukt de Sinden-lightgun hierop aan te sluiten).
Onderschat overigens de opmerking over de controllers niet. Ik heb niet elke controller aangesloten die ik de afgelopen jaren getest heb op RetroReady, maar in principe zou het gros moeten werken (mits ze usb of bluetooth ondersteunen). Aangezien er een hoop moderne retrocontrollers bestaan (zoals voor de Sega Saturn, Nintendo 64 (Hyperkin, 8bitdo, Retro-bit), NES, Mega Drive, Neogeo en meer), kun je de originele ervaring tot op detail nabootsen. Of gewoon invullen zoals je dat zelf voor ogen hebt.


Maar die software…
Maar dan kom je aan bij een steile leercurve. De software is behoorlijk archaïsch en aanvankelijk ondoordringbaar. Je merkt dat het MiSTer-platform niet gemaakt is met hulp van interfacedesigners, aangezien je alleen te maken hebt met teksten. Sommige functies hebben niet eens een knop in het menu. Wil je bijvoorbeeld bluetooth activeren, dan kan dat alleen wanneer je een toetsenbord aansluit. Met een controller lukt dit niet. Mis je een menu-optie? Dan moet je die zelf toevoegen aan dit apparaat.
Zo kom je al snel in een konijnenhol op Github terecht. Dat is een plek vol met gidsen en scripts waarmee je de MiSTer-ervaring naar eigen hand zet. Er komt in eerste instantie daardoor veel op je af, helemaal omdat de Superstation One geen moeite doet om dingen uit te leggen. Gelukkig is de community hulpvaardig en kom je er waarschijnlijk wel uit, maar wees erop voorbereid dat je de eerste paar uur of avonden alleen met opzoeken, downloaden, aanpassen bezig bent – pff, ik heb zelfs heel licht programmeerwerk verricht.


Het grootste struikelbok
Het grootste struikelblok is wellicht dat je handelingen moet verrichten die niet helemaal legaal zijn. Nu wil ik hier niet hooghartig over doen als iemand die wekelijks retrohandhelds test, maar dit is wel iets om rekening mee te houden. Om bijvoorbeeld de Nintendo 64-kern of sommige andere consoles aan de praat te krijgen, moet je specifieke bestanden hebben. Die kun je, in theorie, zelf kopiëren van uit je persoonlijke console, maar de kans is groot dat je niet weet hoe dat moet – waardoor je dus op het internet aangewezen bent.
Hetzelfde geldt voor het spelen van je games. Nu bestaan er gelukkig meer dan genoeg middelen een digitale back-up van je fysieke gamecollectie aan te maken, maar dat kost een hoop geld, tijd en moeite. Daardoor leun je waarschijnlijk al snel op andermans werk. Nu is het niet zo dat Retro Remake dit gedrag aanmoedigt, en ik ook niet, of dat die de benodigde content levert, maar in de praktijk gebeurt dit wel. Je kunt alles legaal houden door je daar niet aan te wagen, maar dan haal je niet alles uit dit handige apparaat.


Verschil met de Polymega
Maar goed, als alles eenmaal draait, dan draait alles perfect. Nu heb ik ook een Polymega staan. Dit is een handige spelcomputer met verwisselbare modules, die ook tot en met Nintendo 64 emuleert. Dit gebeurt allemaal buiten het schaduwrijk om, aangezien je de originele cartridges en cd’s kunt gebruiken. Het grote verschil tussen de Polymega en Superstation One is dat de eerstgenoemde op basis van software emuleert en dus niet werkt met fpga. Daardoor is de beeldkwaliteit beduidend slechter (als je daarop let, althans).
Het grote voordeel van de Superstation One is dat je de games gepresenteerd krijgt zoals ze gemaakt zijn. Elke pixel klopt. Alle kleuren zijn correct. Zelfs de slowdown is aanwezig (als die destijds optrad). De resolutie is dan misschien vergroot, maar dat gaat niet ten koste van de algemene beeldkwaliteit. Dat wordt goed duidelijk als je dezelfde spellen opstart op de Polymega en Superstation en dan snel tussen de hdmi-kanalen wisselt. Pixels en kleuren ogen anders en op de Polymega gewoonweg incorrect.

Superstation One kopen?
Nu is dit geen afslachting van het Polymega-systeem, want dat kan ik op een heel ander niveau waarderen. En ikzelf ben ook geen purist als het gaat om de oude graphics, maar ik houd er wel van als alle dingen kloppen. Op de Superstation One is dat het geval. Games zijn prima speelbaar op de Polymega, maar apparaten als een Analogue Pocket, Analogue 3D en Superstation One bewijzen dat het ook nagenoeg perfect kan. Als dat dus je ding is en je bent bereid hierin tijd te investeren, dan mag de One niet ontbreken in je consolecollectie.
Je moet wellicht wat dieper in de buidel tasten, maar de kans is groot dat je goedkoper uit bent dan wanneer je zelf alle onderdelen en modules los moet aanschaffen. Zelfs wanneer je de Superdock daar bij aanschaft. Ondertussen denk ik ook dat de Superstation One niet zomaar voor iedereen is. De hardware mag toegankelijker dan ooit zijn, de software is dat nog lang niet. Udon werkt al maanden aan een consolemodus voor de One – maar tot die tijd blijft de leercurve te steil voor de gemiddelde liefhebber van retrogames.
Voor meer recensies over consoles kun je terecht in ons groeiende overzicht van moderne spelcomputers met een retrohaakje. Vergeet je daarnaast niet aan te melden voor onze Discord!